Op 22 juni 1943 stortte om 01.23 bij Eikenheuvel een Handley Page Halifax II neer. Het was de HR848 van het 35 Squadron, gevlogen door F/Sgt. R.J. Quigly. Het vliegtuig maakte deel uit van een grootscheepse aanval op Krefeld, waarbij meer dan 700 vliegtuigen waren betrokken. Hiervan gingen er die nacht 44 verloren, waarvan er 31 boven Nederland neerkwamen.

Vijftien daarvan storten in Noord-Brabant neer. Behalve in Uden was dat in Alphen, Asten, Bergeyk, Berlicum, Boxtel (2), Deurne, Dinther, Maarheeze, Oeffelt, Oudenbosch, Rucphen, Sint Anthonis, en Woensdrecht.
De Halifax van Quigly was een van de vier bommenwerpers van 35 squadron die die nacht verloren gingen.
Het toestel (call sign TL-Q) werd neergeschoten door een Duitse nachtjager van I/NJG1, gevlogen door Lt. Werner Baake (met dank aan Ronny van Hoften voor de tip). In tegenspraak daarmee vermeldt W.R. Chorley, Bomber Command Losses 1943, op blz. 193 dat het Hptm. H.D. Frank van I/NJG 1 was die deze bommenwerper neerhaalde.

Hoe het zij: vier bemanningsleden verloren bij deze crash het leven: navigator F/O John Henry Roy Sarano St. John (33); boordwerktuigkundige Sgt. John Irvine Barrie; en de boordschutters F/O Reginald Brian Capon en Sgt. Jack White (26). De staartschutter was er nog wel in geslaagd uit het toestel te springen, maar was vervolgens met zijn parachute aan de staart van het vliegtuig blijven hangen. Zij liggen begraven op het oorlogskerkhof in Uden, graven 5 E 4-7. Behalve Barrie zijn ze pas in februari 1946 geïdentificeerd.
Drie bemanningsleden wisten uiteindelijk het toestel levend te verlaten, al werden zij aan de grond door de Duitsers krijgsgevangen gemaakt. Dat waren gezagvoerder Quigly, radiotelegrafist / boordschutter Sgt. F.J. Williams en bommenrichter Sgt. F.R. Carpenter.


