Terug naar overzichtOverzicht
Nieuw Herlaar in 1790

Halderse watermolens

Paul Huismans

26 augustus 2010

Water in Brabant

In feite is er in Halder sprake van meerdere molens, die bij kasteel Nieuw-Herlaer lagen. Er lag een koren-, schors- en volmolen op de zuidelijke riviertak (de molenstroom) en een oliemolen op de noordelijke tak, vermoedelijk met het kasteel op het eiland daartussenin.

Nieuw Herlaar in 1790

De molens waren eigendom van de Heren van Herlaer. De oudste vermelding is te vinden in een akte uit 1340, waarin sprake van een molenaar op de molen. Een eeuw later worden de molens (meervoud) verhuurd aan Peter Petersz. van Herenthom en mede aan Jan Dobbelsteen.

Om voldoende stuwkracht op het waterrad te krijgen stuwden de watermolenaars het water boven de molens op, wat vaak leidde tot wateroverlast voor de grondeigenaren daar. In 1545 liet Karel V daarom voor diverse molens op de Dommel het maximale peil vaststellen tot waar het water mocht worden opgestuwd. Zo ook voor die van Herlaer. Er is dan sprake van een korenmolen en een slagmolen (oliemolen).

De molens op een kaart uit 1748 (bron: Riksarkivet, kaart nr. SE/KrA/0401/08/B/057; detail)
De molens op een kaart uit 1748 (bron: Riksarkivet [Zweden], kaart nr. SE/KrA/0401/08/B/057; detail)

In 1605 is in een beschrijving sprake van een graanmolen en een volmolen met ieder twee raderen en een runmolen met een enkel waterrad. In een volmolen worden wollen stoffen bewerkt om een betere kwaliteit te verkrijgen. In een runmolen wordt eikenschors (run) gemalen, dat in de leerlooierij werd gebruikt. Veertig jaar later beschreef Philips van Leefdael kasteel Oud-Herlaer in zijn Beschrijving der Meierij van ’s-Hertogenbosch en noemt daarbij "dry watermeulens, eenen daer cooren ghemalen wordt, den anderen daer laeckens ghevolt worden, den derden daar rund voor de schoenmaeker ghemaelen wordt".

Omstreeks het midden van de 17e eeuw verkeerden de molens in slechte staat. In 1705 werden ze afgebroken om te worden vervangen. Het duurde echter tot 1713 voor ze weer in werking waren, op een iets andere plaats. Meteen daarna kreeg men te maken met hoge waterstanden in de Dommel, waardoor de opbrengsten tegenvielen.

De nieuwe molensluis, die sinds 1712 aan het weiland de Bruelle lag, veroorzaakte afslag van dit weiland. In 1719 was al ruim een morgen grond weggespoeld. Dit leidde tot een proces voor de Raad van Brabant, dat in 1728 eindigde met een vonnis van 500 gulden schadevergoeding voor de grondeigenaar. De nieuwe molensluis moest al in 1726 worden hersteld, omdat de planken verrot waren. Ook ontstond er een conflict met C.P. van Beresteyn, eigenaar van kasteel Maurick bij Vught en landgoed De Ruwenberg onder Sint-Michielsgestel. Hij verzoekt de Staten van de Verenigde Nederlanden om met schepen de sluis te mogen passeren. Dit betekent, dat de molenaar de sluis moet trekken, wat uiteraard inhoudt, dat er water wegstroomt dat hij voor de aandrijving van de molen kon gebruiken. Het draait er op uit, dat de molenaar de sluis inderdaad zal moeten openen voor schepen, maar tegen een vergoeding.

width="400"

1731 werd een rampjaar voor molenaar Hoefnagels. Eerst waren zijn molens een poos onbereikbaar voor de dorpelingen van Gestel, omdat de brug werd vernieuwd. Daarna moest de molen zes weken worden stilgelegd om de ark (bodem) te vernieuwen. In oktober 1731 werd de hele molensluis weggespoeld, waardoor de molens onbruikbaar werden. Daarna werden de resten gesloopt en openbaar verkocht. Voortaan werd in Halder met windkracht gemalen. En voor de olieslagerij richtte Hoefnagels een rosmolen op.

Van de watermolens is tegenwoordig niets meer te zien.

Bekijk ook

Watermolens in Brabant

Water in Brabant

De meesten zullen niet aan Brabant denken als het over “Nederland Waterland” gaat. Toch speelt het water ook in onze provincie een belangrijke rol. En eigenlijk is dat al heel lang zo: Noord-Brabant telt meer natuurlijke beken en beekjes dan bijvoorbeeld Gelderland. Brabanders hebben veel last gehad van het water. Denk daarbij aan overstromingen en aan de Beerse Maas. Op andere plekken was er regelmatig een watertekort. Zonder waterbeheersing zou een deel van de provincie onbewoonbaar zijn. Anderzijds verdienen we ook veel aan het water: als krachtbron, transportmiddel, in het productieproces of door visserij bijvoorbeeld. En we genieten van goed drinkwater, badhuizen, zwemwater en recreatieplassen. In dit thema bekijken we het water vanuit allerlei invalshoeken, zonder daarbij volledig te willen zijn. Klik hierboven op het onderwerp van je keuze voor meer informatie. Lees de uitgebreide inleiding Of deel je eigen verhaalOntdek het thema

Reacties

Reacties laden…