Vanaf begin jaren ’50 tot diep in de jaren ’70 werden dagelijks via de radio om 9.10 uur 's morgens de waterstanden op de grote rivieren doorgegeven ten behoeve van de binnenscheepvaart. Een van de meetpunten was “Grave beneden de sluis”, een zinnetje dat bij oudere generaties nog veel herinneringen oproept.

Deze vier woorden, die als een soort codebericht uit de luidspreker de huiskamer binnenkwamen, gebruikte Ida Gerhardt in een van haar gedichten. In 1955 verscheen de sterk autobiografische dichtbundel Het levend monogram, waarin ze voor het eerst dichtte over de moeizame relatie met haar ouders.
Tijdens haar studietijd had ze ooit zo’n felle ruzie met haar ouders gekregen dat ze verbannen werd. Pas toen ze ernstig ziek werd, was ze weer welkom in het ouderlijk huis. Later kwam Gerhardt terug op deze verbanning in een brief aan een kloosterzuster in Grave: 'Fietsend naar een mij bekende predikantsfamilie passeerde ik Grave waar ik bij de rivier mijn brood opat'. Het gedicht Radiobericht heeft een direct verband met deze gebeurtenis.
RADIOBERICHT

Te Grave beneden de sluis voorbij de zware deuren mag mij het water sleuren en kantelen met geruis. - Grave beneden de sluis. 'Wij geven de waterstand.' O God, hoe kon het gebeuren - gesloten het venster, de deuren,
gebannen uit liefde en huis. - Grave beneden de sluis. 'Wij geven de waterstand.' Grave, dat is groen land en water, dat draagt mij thuis. 'Grave beneden de sluis.' Grave, beneden de sluis. Ida Gerhardt (uit: Het levend monogram, 1955)


