De Gampelse watermolen lag binnen de stadsmuren van Breda. Het water van de rivieren Aa of Weerijs en Mark werd tot ongeveer 1618 gescheiden gehouden tot in de stad. Een van de rivierarmen die de Aa of Weerijs binnen de stad had werd de Gampel genoemd. Op deze rivierarm draaide de Gampelse watermolen.

De Gampelse molen was een volmolen. Door het “vollen” of vervilten van wollen stoffen werd de kwaliteit ervan verbeterd. Voor de aandrijving van het waterrad werd gebruik gemaakt van het verschil tussen eb en vloed, dat in deze tijd op de rivieren bij Breda nog merkbaar was.

In de 16e en het begin van de 17e eeuw werden de nieuwe wijken die aan de zuidkant van Breda, bij Boeimeer, waren ontstaan binnen de vestingmuren getrokken. Daarbij werd tussen 1543 en 1560 ook een nieuwe watermolen in de vestingwerken gebouwd: de Grote Watermolen. Door de verandering van de waterhuishouding in verband met de vestingwerken gebruikten beide watermolens hetzelfde water, waardoor het risico van een tekort ontstond. De molenaar van de volmolen kreeg daarom beperkingen opgelegd. Nog zo’n 60 jaar hield de Gampelse molen stand, maar daarna is hij gesloopt.
Bekijk ook

