Terug naar overzichtOverzicht
Waalwijk, het huis met de ossekop

Firma Gragtmans & Wiesman

Pieter Roskam

14 maart 2011

Water in Brabant

In 1842 bouwde Hubertus Philppus van Roermund uit Oss een looierij in Waalwijk aan de Grotestraat (nu huisnummer 286, het huis met de ossekop), zo dicht mogelijk bij het stromende water van de Loint (spreek uit als Lunt).

Het huis met de ossekop
Het huis met de ossekop

In 1848 nam zijn zwager Norbertus Gragtmans die looierij van hem over. Tussen 1856-1865 breidde de looierij flink uit tot 14 kuipen, waarmee Gragtmans tot de middelgrote looiers van Waalwijk ging behoren.

Waalwijk, Huis Plantlust (foto: Streekarchief Langstraat Heusden Altena)
Waalwijk, Huis Plantlust (foto: Streekarchief Langstraat Heusden Altena)

In 1875 ging het bedrijf over op Norberts zonen Jacobus en Cornelis, die in 1885 al 27 kuipen exploiteerden. In 1887 kocht Jacobus het landgoed Plantlust en begon daar zelfstandig een leerlooierij en een handel in looistoffen. In 1891 trouwde hij met een dochter van de welgestelde ondernemer Joseph van Baal.

De leerlooierij
De leerlooierij

In 1892 haalde Jacobus zijn zwager Hendrik Wiesman (eveneens getrouwd met een dochter van Joseph van Baal) over zijn kapitaal te investeren in een nieuwe looimethode (Gragtmans had de Nederlandse rechten weten te verwerven van een Frans prodédé) en mechanisatie van de looierij. In 1898 was de stoomlooierij van Gragtmans en Wiesman in aanbouw.

Op 1 mei 1899 richtten de beide zwagers een handelsvennootschap onder firma op: “Gragtmans & Wiesman”. De technische leiding berustte bij de vakman Gragtmans, terwijl de administratie, de kas, de boekhouding, de corrspondentie en het binnenhalen van orders voor rekening van Wiesman kwam, die behalve dat hij een groot eigen vermogen had, ook bij een bankonderneming werkzaam was geweest.

Parijs 1900
Parijs 1900

De goede kwaliteit van het geproduceerde leer vond snel zijn weg naar de schoenfabrikanten. Op de Wereldtentoonstelling van Parijs in 1900 verdiende het leer van Gragtmans & Wiesman een bekroning. Uitbreidingen volgden elkaar snel op in 1900, 1903/4, in 1908 en in 1909. De jaarproductie kwam op bijna 20.000 huiden, zijnde ongeveer 8% van de totale Nederlandse productie aan zoolleer.

De Eerste Wereldoorlog bracht een periode van bloei voor de leerlooierij. Ook Gragtmans & Wiesman profiteerde. De beide vennoten verdienden een jaarinkomen van meer dan 100.000 gulden. Vanaf 1916 verliep de productie moeizamer vanwege een gebrek aan grondstoffen (huiden en looistoffen), maar door de gestegen prijzen nam het bedrijfsresultaat nog steeds toe. De omslag kwam na 1920, toen de schoenindustrie in het slop raakte door buitenlandse concurrentie en overproductie. De looiers merkten dat als toeleveranciers natuurlijk ook.

Het Laantje van Gragtmans op Huis Plantlust (foto: Streekarchief Langstraat Heusden Altena)
Het Laantje van Gragtmans op Huis Plantlust (foto: Streekarchief Langstraat Heusden Altena)

Ondanks de wereldwijde economische crisis van 1929 bleef de productie van Gragtmans & Wiesman in de jaren dertig vrij stabiel. De Tweede Wereldoorlog betekende een flinke dip, maar direct na de oorlog bloeide de leer- en schoenindustrie op. Vanaf 1951 nam de behoefte aan zoolleer echter sterk af en G&W speelden daarop in door het looien van huiden voor zoolleer (het zogenaamde GraWi-leer) in drie jaar tijd af te bouwen. Men begon overleer te produceren en experimenteerde met nieuwe looiprocédé’s.

Na 1958 nam de productie drastisch af en in de loop van 1965 concludeerden de vennoten (inmidels van de derde generatie) dat de firma niet langer meer rendabel kon worden voortgezet. In juni 1967 werd de bedrijfsuitoefening definitief gestaakt en op 21 augustus 1978 werd de firma definitief ontbonden.

Bekijk ook

Leerlooierijen in Brabant

Water in Brabant

De meesten zullen niet aan Brabant denken als het over “Nederland Waterland” gaat. Toch speelt het water ook in onze provincie een belangrijke rol. En eigenlijk is dat al heel lang zo: Noord-Brabant telt meer natuurlijke beken en beekjes dan bijvoorbeeld Gelderland. Brabanders hebben veel last gehad van het water. Denk daarbij aan overstromingen en aan de Beerse Maas. Op andere plekken was er regelmatig een watertekort. Zonder waterbeheersing zou een deel van de provincie onbewoonbaar zijn. Anderzijds verdienen we ook veel aan het water: als krachtbron, transportmiddel, in het productieproces of door visserij bijvoorbeeld. En we genieten van goed drinkwater, badhuizen, zwemwater en recreatieplassen. In dit thema bekijken we het water vanuit allerlei invalshoeken, zonder daarbij volledig te willen zijn. Klik hierboven op het onderwerp van je keuze voor meer informatie. Lees de uitgebreide inleiding Of deel je eigen verhaalOntdek het thema

Reacties

Reacties laden…

Firma Gragtmans & Wiesman