Terug naar overzichtOverzicht
bruggen, dungense brug 3.jpg

Dungense Brug

Jean Pierre Klaver

15 oktober 2010

Water in Brabant

De Dungense brug is een mooi voorbeeld van hoe een brug de infrastructuur van een heel dorp kan beïnvloeden.

Tijdens het graven van de Zuid-Willemsvaart tussen 1822 en 1826 lag het nog in de bedoeling een brug te leggen in de richting van Berlicum. Dungense grondeigenaren in Brand en Beusing zouden dan slechts via een grote omweg hun landerijen kunnen bereiken.

Burgemeester Gerardus Godschalk wilde voorkomen dat zijn gemeente in tweeën zou worden gedeeld. Hij moest en zou een brug krijgen, en die kwam er ook, al moest Den Dungen die zelf betalen. Sindsdien is sprake van de ‘Dungense brug’, bewaakt door een Van de Meerendonk.

Als direct gevolg werd de provinciale weg in 1869 verlegd naar Den Dungen. De Beusingsedijk werd vervolgens in 1871 aangelegd als onderdeel van de route Sint-Michielsgestel-Berlicum. Dat trok bijna dertig jaar later ook het openbaar vervoer aan. Op 26 juni 1899 werd de tramlijn Den Bosch-Sint-Oedenrode (Eindhoven) officieel geopend, met café De Dungensche Brug als tramstation.

Opening van de trambrug, 1933
Opening van de trambrug, 1933

Vanaf rond 1900 ontstond bij de ophaalbrug de wijk Poeldijk, met café’s en winkels. Bekend zijn horecagelegenheden als De Dungense Brug, de Anjabar (afgebroken), de Majorcabar en herberg De Poeling. Het gemeentebestuur kreeg in 1900 van de provincie toestemming om bij de Dungense brug een laad- en losplaats voor schepen aan te leggen. De 40 meter lange kade kwam op de rechterdijkglooiing (tegenover café De Dungense Brug).

In 1932/1933 kwam er een tramaansluiting op de lijn Den Bosch-Helmond-Veghel-Oss (maatschappij HHVO). De tramrails liepen over de Beusingsedijk naar de Zuid-Willemsvaart. Voor de oversteek werd een beweegbare trambrug gelegd van staalconstructiewerk met betonnen landhoofden. De trambrug werd op 15 mei 1933 geopend onder de naam Burgemeester F. van Lanschotbrug (naar de toenmalige Bossche burgemeester én tramcommissaris).

Op marktdagen werden extra tramdiensten ingezet. Ook het goederenvervoer per stoomtram liep goed. Maar de concurrentie met de autobus was keihard. Al op 22 mei 1934, dus net een jaar na de opening van de trambrug, staakte de HHVO met het personenvervoer. In januari 1937 hield dit traject helemaal op te bestaan en veranderde in een fietspad. Een jaar later, in 1938, werd ook de laad- en losplaats voor schepen opgeheven en opgeruimd.

De oude brug is in mei 1940 en opnieuw in oktober 1944 vernield. De huidige brug is gebouwd in 1951 van staal en beton. De brug heeft een afgeschoorde hameipoort, betonnen aanbruggen en is voorzien van eenzijdige brugaandrijving. Het bedieningshuisje staat aan de andere zijde van de hameipoort, maar inmiddels wordt de brug centraal bediend vanuit Schijndel.

Bekijk ook

Bruggen in Brabant

Water in Brabant

De meesten zullen niet aan Brabant denken als het over “Nederland Waterland” gaat. Toch speelt het water ook in onze provincie een belangrijke rol. En eigenlijk is dat al heel lang zo: Noord-Brabant telt meer natuurlijke beken en beekjes dan bijvoorbeeld Gelderland. Brabanders hebben veel last gehad van het water. Denk daarbij aan overstromingen en aan de Beerse Maas. Op andere plekken was er regelmatig een watertekort. Zonder waterbeheersing zou een deel van de provincie onbewoonbaar zijn. Anderzijds verdienen we ook veel aan het water: als krachtbron, transportmiddel, in het productieproces of door visserij bijvoorbeeld. En we genieten van goed drinkwater, badhuizen, zwemwater en recreatieplassen. In dit thema bekijken we het water vanuit allerlei invalshoeken, zonder daarbij volledig te willen zijn. Klik hierboven op het onderwerp van je keuze voor meer informatie. Lees de uitgebreide inleiding Of deel je eigen verhaalOntdek het thema

Reacties

Reacties laden…