Het dorp Drunen omvat de gehuchten Fellenoordt, Giersbergen, Heide, Klinkert, Pessaart, Scheiding, Sempke en Wolfshoek. Geografisch is het onderdeel van de Langstraat, het gebied gevormd door de reeks in een lintvorm tussen 's-Hertogenbosch en Geertruidenberg gelegen dorpen. De bevolking leefde er aanvankelijk vooral van landbouw en handel.
De ambachtelijke nijverheid bestond in 1794 uit twee brouwerijen, twee looierijen, er waren acht wevers, zes schoenmakers en drie garentwijnders. Het dorp had toentertijd acht tappers waarvan er vier het predikaat herbergier waardig waren. Daarnaast kon er in verschillende Drunense huiskamers tegen betaling een 'soopje jenever' gedronken worden. In 1935 annexeerde het dorp de naburige gemeente Elshout.
Bestuur
Voor 1231 was Drunen bezit van de als leenmannen aan de Hollandse graven verbonden familie van Altena. Op 9 februari van dat jaar droeg Diederik van Altena Drunen en Waalwijk evenwel over aan hertog Hendrik van Brabant waardoor het bestuurlijk binnen het Oisterwijkse Kwartier van de Meierij van 's-Hertogenbosch kwam. In 1387 werd het als heerlijkheid aan Paulus van Haastrecht verpand.
In 1473 krijgt Willem van Haastrecht Drunen in zijn bezit en zijn broer Tilburg en Goirle. door overlijden van hun vader. Door een huwelijk in 1707 van Maria Isabella van Beieren van Schagen met Francois Pael Emile d'Oultremont komt het in het bezit van deze familie. De heren van de heerlijkheid verloren na de Vrede van Munster wel een belangrijk deel van hun invloed aan de Staten-Generaal. Vanaf dan moest dit college bijvoorbeeld alle ambtenarenbenoemingen goedkeuren.
Op zijn laatst in de veertiende eeuw kreeg Drunen een uit zeven schepenen bestaande schepenbank die het dagelijks bestuur over het dorp uitoefende, alsmede de hoge, middelbare en lage justitie bezat.
In de in 1858 verschenen 'schilderachtige gezichten' van Nederland beschrijft Terwen Drunen als 'luchtig gebouwd' met 'hier en daar goede huizen'. Het bevolkingsaantal ligt dan rond de 2000 inwoners waarvan het merendeel katholiek is. Het patronaatsrecht in Drunen was in handen van de norbertijnenabdij van Tongerlo.
Bevolkingsontwikkeling
De bevolkingsontwikkeling van Drunen laat pas na de Tweede Wereldoorlog een explosieve groei zien. Over een verdubbeling van het inwonertal op basis van een geboorte- en een vestigingsoverschot deed het dorp voor de Tweede Wereldoorlog meer dan honderd jaar, nadien, en dan met name na 1957, ging dat binnen enkele decennia. De explosieve groei die toen inzette was groter dan in Brabant als geheel en laat zich vooral verklaren door de plaatselijke economische ontwikkelingen. De forse stijging halverwege de jaren dertig van de vorige eeuw was een gevolg van het kerkdorp Elshout door Drunen in 1935.
Jaar | Inwoneraantal | Jaar | Inwoneraantal
1791 | 1.487 | 1934 | 3.566
1840 | 2.008 | 1935 | 4.534
1851 | 2.309 | 1945 | 5.348
1865 | 2.377 | 1950 | 5.609
1900 | 2.883 | 1955 | 6.386
1917 | 2.922 | 1957 | 6.734
1925 | 3.141 | 1972 | 12.032
1934 | 3.566 | 1975 | 13.418