Terug naar overzichtOverzicht
Klik voor groter beeld

Dorps- of Prinslands Veer

Anton Schuttelaars

21 april 2010

Water in Brabant

In de achttiende eeuw was het gebied ten noorden van de Dintel bij Dinteloord nog niet ingedijkt. Er lag daar wel een zogenaamd gors, een natuurlijke landaanwas die normaal gesproken bij hoogwater niet meer onderliep. In dit gors was een veerdam gebouwd, waarop in 1758 een veerhuisje werd gebouwd, op een soort terp. Aanvankelijk schijnt het veer vandaar naar de haven van Dinteloord te zijn gevaren.

Klik voor groter beeld

Na de voltooiing van de Sabina Henrica Polder in 1787 werd de reis naar het veer een stuk eenvoudiger. Aan beide zijden van de Dintel stonden nu veerhuisjes. Begin negentiende eeuw werd het veer gepacht door Joost Verrijp en zijn compagnon Arij de Visser. Zij moesten zorgen voor een ruime pont, die twee rijtuigen met bijbehorende paarden kon overzetten, en bovendien voor twee roeiboten, één aan elke zijde, zodat passagiers snel konden worden overgezet.

Klik voor de complete lijst

In het pachtcontract waren de tarieven tot in detail vastgelegd: iedere persoon betaalde een stuiver om te worden overgezet, het eerste paard kostte twee stuivers, elk volgend paard één stuiver, een rijtuig met twee wielen drie stuivers, een rijtuig met vier wielen vier stuivers. Bij harde wind, vóór zonsopkomst en ná zonsondergang werd dubbel tarief gerekend, bij ijsgang moest “na rato van de moeijte en het gevaar” worden betaald, maar nooit meer dan viermaal het gewone tarief.

Het veer bleek een uitstekend middel om ongewenste sujetten uit het gebied te weren. Uitdrukkelijk was bepaald dat er geen bedelaars, vagebonden of onbekende personen mochten worden overgezet, tenzij met schriftelijke toestemming van de plaatselijke autoriteiten - de baljuw van Dinteloord, Fijnaart of Willemstad. Zo’n ‘paspoort’ was maar één dag geldig en moest door de veerman na de overtocht worden ingenomen. Om nachtelijke stroperijen door vagebonden te voorkomen moest de veerman er bovendien voor zorgen dat zijn boten ’s nachts stevig aan de ketting lagen.

Midden jaren 1850 werden concrete plannen gemaakt voor een vaste verbinding tussen beide oevers en in 1859 was de brug een feit. Het veer werd uit de vaart genomen, de Prinslandse brug nam zijn taken over.

Het Oude of Prinsenveer, op deze kaart verwarrend genoeg aangeduid als "Prinslandsch Veer".

De naam “Prinslands veer” komen we in de negentiende eeuw overigens ook aan de zuidzijde van de gemeente Dinteloord en Prinsenland tegen als een van de benamingen van een veer over de Steenbergse Vliet nabij Steenbergen, dat ook wel Prinsenveer of het Oude Veer werd genoemd.

Bekijk ook

Veren in Brabant

Water in Brabant

De meesten zullen niet aan Brabant denken als het over “Nederland Waterland” gaat. Toch speelt het water ook in onze provincie een belangrijke rol. En eigenlijk is dat al heel lang zo: Noord-Brabant telt meer natuurlijke beken en beekjes dan bijvoorbeeld Gelderland. Brabanders hebben veel last gehad van het water. Denk daarbij aan overstromingen en aan de Beerse Maas. Op andere plekken was er regelmatig een watertekort. Zonder waterbeheersing zou een deel van de provincie onbewoonbaar zijn. Anderzijds verdienen we ook veel aan het water: als krachtbron, transportmiddel, in het productieproces of door visserij bijvoorbeeld. En we genieten van goed drinkwater, badhuizen, zwemwater en recreatieplassen. In dit thema bekijken we het water vanuit allerlei invalshoeken, zonder daarbij volledig te willen zijn. Klik hierboven op het onderwerp van je keuze voor meer informatie. Lees de uitgebreide inleiding Of deel je eigen verhaalOntdek het thema

Reacties

Reacties laden…