Terug naar overzichtOverzicht
De watertoren van Fijnaart

De watertoren van Fijnaart

Gerjan Hulsegge

26 maart 2010

Water in Brabant

Fijnaart behoorde in 1918 tot de oorspronkelijke acht Westbrabantse gemeenten die besloten tot de oprichting van de Waterleiding-Maatschappij “Noord-West-Brabant”. De kiem voor dit initiatief werd gelegd tijdens een feestelijke lunch bij gelegenheid van de oprichting van de spoorwegmaatschappij Tholen en West-Brabant.

De watertoren van Fijnaart

Bij die feestlunch deed de Fijnaartse burgemeester Biert Dane een beroep op de arts en jurist J.W. Jenny Weijerman om zijn schouders onder een Westbrabantse drinkwatervoorziening te zetten. Aan de dis zat ook de Leurse suikerfabrikant Heerma van Voss, die een oproep deed aan zijn relaties om financiële ondersteuning voor zo’n project. Nog hetzelfde jaar kon de oprichtingsakte voor de nieuwe waterleidingmaatschappij worden ondertekend.

De eerste acht gemeenten die aan deze gemeenschappelijke onderneming begonnen, waren naast Fijnaart: Dinteloord, Hoge en Lage Zwaluwe, Oudenbosch, Standdaarbuiten, Terheijden, Willemstad en Zevenbergen. In 1921 sloten zich daar nog vijftien andere gemeenten bij aan.

Onder leiding van ingenieur Jan J. Roelants jr. begon men in 1921 met de aanleg van het leidingennet: aankoop van gronden voor pompstations en watertorens, boren van watergevende putten, aanleg van het hoofdbuizennet en zo voort. Eind 1924 kon het eerste water geleverd worden. De eerste vier watertorens (Dongen, Etten, Zevenbergen en Steenbergen) van de geplande elf waren al klaar. De andere zeven, die van Raamsdonk, St. Philipsland, Fijnaart, Dinteloord, Loon op Zand, en Hoge en Lage Zwaluwe zouden in 1925 afgebouwd worden.

Al die watertorens werden ontworpen door Hendrik Sangster, die veel bekendheid heeft gekregen met zijn Art Deco watertorens. Ze waren overigens niet allemaal uniek. De torens van Zevenbergen en Steenbergen vormden een identiek paar, net als de torens van Dinteloord en Kaatsheuvel. Geen van deze vier bestaat nog. De eerste drie zijn tijdens de gevechten in oktober/november 1944 door de Duitsers opgeblazen, die van Kaatsheuvel is in 1985 onder de slopershamer gevallen.

Sangster ontwierp voor Fijnaart wél een unieke toren, die ook anders was dan zijn meeste andere torens voor West-Brabant. Hadden die vaak wat gebogen lijnen, in Fijnaart kwam een strakke, rechthoekige en asymmetrische toren, met de meest sprekende zijde naar de weg op de dijk.

Na de verwoesting van deze karakteristieke toren op 3 november 1944 door terugtrekkende Duitse troepen, zijn er na de oorlog geen pogingen meer gedaan om de toren te herbouwen. In Stampersgat verrees een nieuwe watertoren die de taken van zowel de Dinteloordse als de Fijnaartse toren overnam.

Bekijk ook

Watertorens in Brabant

Water in Brabant

De meesten zullen niet aan Brabant denken als het over “Nederland Waterland” gaat. Toch speelt het water ook in onze provincie een belangrijke rol. En eigenlijk is dat al heel lang zo: Noord-Brabant telt meer natuurlijke beken en beekjes dan bijvoorbeeld Gelderland. Brabanders hebben veel last gehad van het water. Denk daarbij aan overstromingen en aan de Beerse Maas. Op andere plekken was er regelmatig een watertekort. Zonder waterbeheersing zou een deel van de provincie onbewoonbaar zijn. Anderzijds verdienen we ook veel aan het water: als krachtbron, transportmiddel, in het productieproces of door visserij bijvoorbeeld. En we genieten van goed drinkwater, badhuizen, zwemwater en recreatieplassen. In dit thema bekijken we het water vanuit allerlei invalshoeken, zonder daarbij volledig te willen zijn. Klik hierboven op het onderwerp van je keuze voor meer informatie. Lees de uitgebreide inleiding Of deel je eigen verhaalOntdek het thema

Reacties

Reacties laden…

De watertoren van Fijnaart