In 1246 wordt de "molendinum de Schepstal" genoemd bij een grondoverdracht. De molen, waarschijnlijk een watermolen, maar misschien ook een rosmolen, was drie generaties in bezit van de familie Scepstal.
De molen lag aan de Bakelse Aa op de grens van Helmond, Bakel en Aarle in de buurtschap Scheepstal. Begin 15e eeuw moet de molen zijn verdwenen of buiten gebruik zijn geweest. In 1409 wordt hij nog vermeld, maar in 1427 en 1440 heeft men het over de plek waar de molen “plach te staen”. In de zestiende eeuw wordt het gemaal van de slagmolen, respectievelijk de vlasmolen, echter weer verpacht. Het zal dus om een oliemolen zijn gegaan, maar misschien was dat wel een rosmolen. En in 1645 is er sprake van “vestigiën van eenen watermolen”, restanten dus. Op een kaart uit de 17e eeuw van het gebied tussen Helmond, Bakel en Scheepstal staat de watermolen nog als ijkpunt ingetekend. Maar daarna houden de vermeldingen op.

Wel wordt op de kadastrale minuutkaartenkaarten uit de jaren 1811-1832 nog het Rad(t) van Scheepstal aangeduid, op de plaats waar de watermolen heeft gestaan.


Bij het kanaliseren van de Bakelse Aa werden in 1934 restanten van de watermolen aangetroffen.

Bronnen
BHIC, 5197 Waterschap De Aa 1922-1955BHIC, 371 Provinciale Waterstaat 1876-1949De Zuid-Willemsvaart van 21 april 1934MolendatabaseP.H. van Halder, Watermolens in Noord-Brabant : Vroeger en nu, [’s-Hertogenbosch] 2010Rob de Haas en Peter van den Else, Molens uit de vergetelheid, in: Gemerts Heem 2017 nr. 2Wiro van Heugten, Wim van Heugten, Watermolens in Noord-Brabant, [Utrecht] [2020]
Bekijk ook
