Na de bloei was de boomgaard wit van de bloemblaadjes en later groen van de vruchtjes van de kers. We dachten dat er geen kers meer zou over blijven, maar niet getreurd; ons gebed tot Onze Lieve Heer werd verhoord. Er waren genoeg "Udense Zwarte."

De takken bogen door onder het gewicht van de kersen en we waren bang dat ze zouden breken. Eerst kregen we buikpijn van te groene meikersen en hierna waren de spaanse, zwarte en de ijsselkers rijp voor de pluk voor het hele gezin.
Moeke sorteerde de kersen. De veilingkist - voorzien van wit minigolfkarton - werd met kersen gevuld afgewogen op de bascule tot een nettogewicht van 10 kilogram + overgewicht. Daarna werd de emballagekist voorzien van een adreslabel en plaketiket waarop de naam en veilingnummer was vermeld. Daarbij hoorde ook nog een veilingbrief in drievoud.




De levering aan de fruitveiling was 's morgens tussen 5 uur en 7 uur en om 9.30 begon het veilen. Vader nam plaatst in de banken tussen de kopers en hield de wijzer van de veilingklok in de gaten voor de verkoopsprijs thuis. Was de kwaliteit slecht of de aanvoer van kersen te groot, was er kans dat deze “doorgedraaid” werden. Soms was er een geestelijke aanwezig, gezeten tussen de kopers om begrip te tonen voor de telers. Spreeuwen werden verjaagd met de emaille deksels van Moeke's kookketels.


Werd er op zondag regen verwacht, dan gaf de pastoor dispensatie om op die dag in de boom te klimmen. 's Morgens kersenjam, 's middags kersenpannenkoek, het boekweitbeslag (“timper” genoemd), hierna de pudding met gekookte kersen. En was er nog tijd voor het wecken van de kersen. Na drie drukke weken sloot het kersenseizoen af. Bij de eindafrekening werden diverse bedragen ingehouden zoals: heffing C.B., huur, provisie, bankkosten, kersenfonds, bijenfonds, emballage, papier, contributie tuinbouwvereniging, afzetfonds en de bestrijding van de kersenvlieg. Al met al verdiende je weinig aan de aan de veiling geleverde kersen.
