Terug naar overzichtOverzicht
Kerk van Heesch anno 1740

De toestand van de Heessche kerk in 1623

Henk Buijks

8 december 2009

De Tachtigjarige Oorlog tegen de Spaanse koning bracht veel ellende in het Maasland, vooral in de periode 1580-1609. Troepen van beide partijen hielden huis in de stadjes en dorpen, die soms maandenlang ontvolkt waren. Ook Heesch kreeg regelmatig ongenode gasten op bezoek, vooral als gevolg van de ligging aan de weg van 's-Hertogenbosch naar Grave.

Kerk van Heesch anno 1740

Tijdens het Twaalfjarig Bestand (1609-1621) kon het puin worden geruimd en hervatte het leven zijn normale gang. Tijd om vanuit het bisdom 's-Hertogenbosch een inspectieronde te doen in de parochiekerken. In 1623 kwam een visitator ( een kerkelijke inspecteur) langs in Heesch; hij schreef het volgende verslag:

"De pastoor hier [Rumoldus Cuijpers uit Gemert], rechtschapen van levenswandel en zeer gezien bij de mensen, geeft zijn parochianen uitstekend onderricht, zowel in zijn preken als in de catechismuslessen. Hij heeft ongeveer 550 communicanten, die ook allemaal te communie gaan. De kerk telt vijf altaren, maar geen enkel is gewijd. Het kerkgebouw ziet er prachtig uit en is, zeker gelet op de tijdomstandigheden, voldoende aangekleed.

Op bestuurlijk terrein echter zijn er in deze parochie nogal wat problemen. Op de eerste plaats maken de kerkmeesters hier nooit een rekening op. Hetzelfde geldt voor de armmeesters, die acht of negen jaar geleden in functie waren. Ongeveer op dezelfde manier is er omgesprongen met de kerk- en de armengoederen. Zeker, de debiteuren worden aangemaand, maar wanneer zij problemen maken over het betalen, worden zij onvoldoende onder druk gezet. Vandaar dat tot nu toe zeer veel onbetaald is blijven liggen.

Deels ten gevolge van de oorlog en deels van de slechte administratie zijn sommige eigendommen van het armbestuur zelfs zodanig in het ongerede geraakt, dat ze nauwelijks kunnen worden teruggevorderd."

Reacties

Reacties laden…

De toestand van de Heessche kerk in 1623