Terug naar overzichtOverzicht
Loop van de Beerse Maas

De grote waterstaatswerken in Noord-Brabant

Rien Wols

9 juni 2011

Water in Brabant

Nadat men in de dertiende en veertiende eeuw de Maas ingedamd had door het aanleggen van dijken, kreeg men in de eeuwen daarna te maken met steeds hogere waterstanden op de rivier. Vanaf de vijftiende eeuw nam men in noodsituaties zijn toevlucht tot het openen van een soort veiligheidsventiel: de overlaten.

Loop van de Beerse Maas
Loop van de Beerse Maas

De eerste en voornaamste overlaat was die bij Beers. Vandaar zocht het overtollige hoge Maaswater dat niet door de normale rivierbedding kon, als de “Beerse Maas” zijn alternatieve route naar beneden.

Als ook rond Den Bosch het water niet weg kon, omdat daar evenmin ruimte was, konden overlaten als de Bokhovense en Baardwijkse Overlaat verlichting brengen. Waterstaatkundigen in de zeventiende en achttiende eeuw zochten de oplossing voor de afvoerproblemen vooral in het omleiden van het water, in afleidingskanalen en gecontroleerde overstromingen via de overlaten.

Sluis St. Andries tussen Maas en Waal
Sluis St. Andries tussen Maas en Waal

In de negentiende eeuw veranderden de inzichten van de waterstaatsingenieurs. Men ging er van uit dat een rivier in staat moest zijn zijn eigen water (en ijs) probleemloos af te voeren. Vanuit die gedachte werd bijvoorbeeld het verbindingskanaal uit 1599 tussen Waal en Maas, het kanaal van Sint-Andries, in 1856 met een schutsluis afgesloten.

Vanuit die filosofie van niet af- of omleiden, ontstond ook het plan om de Maas rechtstreeks met het Hollands Diep te verbinden. Al in 1823 stelde C.R.T. Krayenhoff zo’n verlegging voor van de Maasmond (eigenlijk het herstel van de oude loop van de Maas van voor 1271). Ook in 1856 schetsten drie ingenieurs van waterstaat, Van der Kun, Fijnje en Conrad, een dergelijk toekomstbeeld.

Overstroming bij Cuijk in 1926
Overstroming bij Cuijk in 1926

Het zou echter nog tot 1883 duren voordat op basis van de Wet tot verlegging van de Maasmond daadwerkelijk aan dit grote werk begonnen werd. Het leidde tot de aanleg van de Bergse Maas, die in 1904 werd geopend.

Ondanks de verbetering in de waterafvoer die de Bergse Maas bracht, bleef Noord-Brabant wateroverlast ondervinden in het gebied van de Beerse Maas. De Beerse Overlaat was nog steeds nodig. Maar overstromingen en een dijkdoorbraak in 1926 gaven de laatste stoot tot ontwerpen voor een verdere Maasverbetering.

Bochtafsnijding bij Boxmeer
Bochtafsnijding bij Boxmeer

De plannen van ir. Lely tot “normalisatie” van de Maas werden vooral in de jaren ’30 uitgevoerd, zodat in 1942 de Beerse Overlaat definitief gesloten kon worden. De Maasverbeteringswerken zijn uiteindelijk pas na de bochtafsnijding bij Boxmeer in de jaren 1979-1982 volledig voltooid. De Maas was door de afsnijding van bochten zo’n 23 kilometer korter geworden en had een afvoercapaciteit gekregen van maximaal 3.000 m3/s (in 1926).

Bekijk ook

Grote waterstaatswerken in Brabant

Water in Brabant

De meesten zullen niet aan Brabant denken als het over “Nederland Waterland” gaat. Toch speelt het water ook in onze provincie een belangrijke rol. En eigenlijk is dat al heel lang zo: Noord-Brabant telt meer natuurlijke beken en beekjes dan bijvoorbeeld Gelderland. Brabanders hebben veel last gehad van het water. Denk daarbij aan overstromingen en aan de Beerse Maas. Op andere plekken was er regelmatig een watertekort. Zonder waterbeheersing zou een deel van de provincie onbewoonbaar zijn. Anderzijds verdienen we ook veel aan het water: als krachtbron, transportmiddel, in het productieproces of door visserij bijvoorbeeld. En we genieten van goed drinkwater, badhuizen, zwemwater en recreatieplassen. In dit thema bekijken we het water vanuit allerlei invalshoeken, zonder daarbij volledig te willen zijn. Klik hierboven op het onderwerp van je keuze voor meer informatie. Lees de uitgebreide inleiding Of deel je eigen verhaalOntdek het thema

Reacties

Reacties laden…