Terug naar overzichtOverzicht
geffen, herbergscene 3.jpg

De Goede Stad: crimineel of niet?

Jan Sanders

21 november 2003

In de eerste helft van de jaren dertig werden Oss en omgeving geteisterd door een grote hoeveelheid overvallen en inbraken. Gemeentepolitie en marechaussée wisten daaraan een eind te maken door de criminelen achter slot en grendel te zetten. Vooral de Koninklijke Marechaussée werd in Oss met argusogen bekeken, hoewel er ook wel erkentelijkheid was voor het herstellen van de orde.

Wachtmeester De Gier

Toen deze ‘Hollandse vreemdelingen’ meer misstanden in Oss op het spoor meenden te komen - fraude bij de werkverschaffing en het burgerlijk armbestuur van Oss, zedendelicten door de directeur van Organon en door twee priesters - sloeg de vlam in de pan. Het Ossche oproer in 1938 werd tot nationale rel, toen de katholieke minister Goseling laatstgenoemde zaak in de doofpot leek te willen stoppen.

Brabantia Nostra, een beweging die ijverde voor emancipatie van de Brabanders, greep deze kwestie aan. Ze zag er het zoveelste voorbeeld in van onderdrukking van katholiek Brabant door protestants Holland. Een van haar leden, Paul Vlemmincx (pseudoniem van Ferdinand Smulders), schreef hierover een gedicht, getiteld ‘De goede stad Oss’. Gevolg was inbeslagname van het tijdschrift Brabantia Nostra, waarin het gepubliceerd was, en een fikse boete voor de schrijver, die er alleen op uit was de ‘niet-Brabantse hetze van boven de Moerdijk’ te keren en in te gaan tegen de ‘beledigende noorderwind’.

DE GOEDE STAD OSS

Goddank! de tirannie is nu gebroken van die marechaussée’s die onrust stoken. Zij lasteren ons volk; zij doen gemeen; heel Brabant wordt verdrukt en staat op koken.

De schone min is hun gans onbekend; huzarenrijderij zijn zij gewend. Zij jagen achter paartjes die verschrikken; gedwongen krijgt de minnarij haar end.

Hoeveel verwarring stichten deze heeren die, onbeschaafd, kultuur ons willen leren. Zij zijn sadisties, geestlik-abnormaal; het goede Brabant willen zij bekeren

’t Is kermis op het dorp, maar geen plezier heb ik vandaag in ongedwongen zwier. Die duvels kontroleren elk genoegen; zij kijken zwart en spiersen in het bier.

Zij zijn onkatholiek, anti-papisties, zij schatten elken paap aprioristies. Zij weten niets van Brabantse kultuur; zij zijn schijnheilig en zeer kalvinisties.

Zij koeieneren ons; zij hebben macht om in ons huis te breken onverwacht. De rijken gaan vrijuit. ’t Gewone volk wordt door die pummels botweg afgeslacht.

Deze terreur worde voorgoed verbroken; want de marechausée’s, die onrust stoken, horen niet thuis bij ’t goede Brabantse volk. Wanneer zal onze woede overkoken?

Reacties

Reacties laden…

De Goede Stad: crimineel of niet?