Terug naar overzichtOverzicht
De eerste automobilist van Valkenswaard

De eerste automobilist van Valkenswaard

René Bastiaanse

27 maart 2016

Automobilisten voor 1906

In het door de sigarenindustrie gedomineerde Valkenswaard is het niet vreemd dat de eerste en enige auto met een rijkskenteken eigendom was van een sigarenfabrikant: Johannes Wilhelmus de Louw (1874-1940). Van hem is weinig bekend en hij zal dan ook niet tot de rijkste industriëlen hebben behoord.

Johannes Wilhelmus de Louw (1874-1940), anno 1916
J.W. de Louw (1874-1940), anno 1916
Darracq Perfecta
Darracq Perfecta

Dat blijkt ook uit de keuze van zijn auto’s. Eind 1904 krijgt De Louw nummerbord 50 voor een voiture légère, de Darracq type Perfecta. Die typering blijkt weinig te stroken met de werkelijkheid: de auto is ‘te oordelen naar zijn toestand lang in gebruik geweest’. Een aftands exemplaar dus, gekocht van de Arnhemse autohandelaar Houttuin.

Binnen een jaar verkoopt De Louw dit vehikel inclusief het kenteken aan de Gebroeders Vlemmings in Geldrop. Die zijn - als handelaren in motorfietsen - wel geïnteresseerd in zo’n merkwaardige kruising van een motor en een auto.

De FN met rijksnummer 769 (bron: www.conam.info)
De FN met rijksnummer 769 (bron: conam.info)

De Louw koopt direct een andere auto, maar ook dit keer is het geen nieuw exemplaar. Het is een derdehandse 4 PK F.N., overgenomen van zijn collega-sigarenfabrikant Kerssemakers uit Gestel die de auto op zijn beurt weer had gekocht van baron Van Tuyll van Serooskerken in Heeze. Het kenteken is bij al die transacties hetzelfde gebleven: nummer 769.

In 1906 worden de provinciale kentekens ingevoerd, De Louw krijgt dan nummerbord N-404.

Op 20 december 1895 maakte Nederland voor het eerst kennis met een automobiel: het was het rijtuig van de Tilburgse wolfabrikant Jos Bogaers. Mondjesmaat kwamen er meer gemotoriseerde voertuigen en overal waar ze verschenen, baarden ze veel opzien: paarden sloegen op hol, de melk van de koeien werd zuur en zwangere vrouwen vreesden voor het leven van hun ongeboren kind. Die reacties waren te vergelijken met wat er gebeurde bij de introductie van de stoomlocomotief. Angst voor het nieuwe. Om nu “te voorkomen dat het gewone verkeer door het gebruik van motorrijtuigen gevaar of overlast ondervindt” vaardigde de Minister van Waterstaat in 1898 een reglement uit. Automobilisten die zich begeven op de rijkswegen moeten in het bezit zijn van een vergunning, waaruit blijkt dat hun voertuig is voorzien van een rem, een helder licht gevende lantaarn en een duidelijk hoorbare bel of hoorn. De bestuurder dient zich te houden aan een maximum snelheid van 20 km per uur op rechte stukken, in bochten en langs huizen moet de vaart verminderd worden tot 8 km per uur. Bij overtreding kan de vergunning worden ingetrokken. Lees meerOntdek het thema

Reacties

Reacties laden…

De eerste automobilist van Valkenswaard