Terug naar overzichtOverzicht
De eerste automobilist van Uden

De eerste automobilist van Uden

René Bastiaanse

27 mei 2016

Automobilisten voor 1906

Op 1 februari 1902 kreeg Jos Schoenmakers, directeur van de Udense kunstmestfabriek rijkskenteken 563 voor zijn 6 pk Corre, een auto van Franse makelij. Leverancier was de zeer actieve rijwiel- en autohandelaar B.A. Jansen uit Den Bosch. De aanschafprijs bedroeg fl. 2.648,95.

Als in 1906 de provinciale kentekens worden ingevoerd, krijgt Schoenmakers het Brabantse nummerbord N-205. Op bovenstaande foto zit hij achter het stuur.

Met dank aan Jan Bakker, autohistoricus in Uden, voor de aanvullende informatie.

Lees ook: De eerste auto in Uden.

Op 20 december 1895 maakte Nederland voor het eerst kennis met een automobiel: het was het rijtuig van de Tilburgse wolfabrikant Jos Bogaers. Mondjesmaat kwamen er meer gemotoriseerde voertuigen en overal waar ze verschenen, baarden ze veel opzien: paarden sloegen op hol, de melk van de koeien werd zuur en zwangere vrouwen vreesden voor het leven van hun ongeboren kind. Die reacties waren te vergelijken met wat er gebeurde bij de introductie van de stoomlocomotief. Angst voor het nieuwe. Om nu “te voorkomen dat het gewone verkeer door het gebruik van motorrijtuigen gevaar of overlast ondervindt” vaardigde de Minister van Waterstaat in 1898 een reglement uit. Automobilisten die zich begeven op de rijkswegen moeten in het bezit zijn van een vergunning, waaruit blijkt dat hun voertuig is voorzien van een rem, een helder licht gevende lantaarn en een duidelijk hoorbare bel of hoorn. De bestuurder dient zich te houden aan een maximum snelheid van 20 km per uur op rechte stukken, in bochten en langs huizen moet de vaart verminderd worden tot 8 km per uur. Bij overtreding kan de vergunning worden ingetrokken. Lees meerOntdek het thema

Reacties

Reacties laden…

De eerste automobilist van Uden