Terug naar overzichtOverzicht
De eerste automobilist van Raamsdonk

De eerste automobilist van Raamsdonk

René Bastiaanse

27 mei 2016

Automobilisten voor 1906

Op 24 februari 1903 wordt het rijkskenteken nummer 916 uitgegeven voor een auto van 9 pk. in Raamsdonk. Dat afwijkend motorvermogen komt overeen met de automobielen die grote industriëlen als Philips zich konden veroorloven, vermoedelijk gaat het om een Darracq of een De Dion Bouton.

Ernst Charles Reed

De eigenaar van kenteken 916 was Ernest Charles Reed (1854-1919), een Engelsman die in 1899 directeur wordt van de papierfabriek in het buurtschap Keizersveer, op de grens van Raamsdonk en Dussen.

Deze fabriek was in 1891 in handen gekomen van zijn oom Albert Edwin Reed, de grondlegger van het Reed-concern dat later zou fuseren tot de multinational Reed-Elsevier.

De papierfabriek van Reed in Raamsdonk

Ernest Charles was vooral geïnteresseerd in technische innovatie en reisde daarvoor vele beurzen af. Zijn auto zal dus ook praktische nut hebben gehad. Hij weet op een gegeven ogenblik voor een zacht prijsje eigenaar te worden van de fabriek en moderniseert het productieproces; het aantal werknemers stijgt boven de driehonderd.

Op het einde van de Eerste Wereldoorlog verkoopt hij de onderneming en keert als miljonair terug naar Engeland. (Zie hierover: T. Lensvelt, Aan ’t papier toevertrouwd. Geschiedenis van de papierfabriek Maasmond te Keizersveer 1873-1951. Dussen 2006).

Nadat in 1906 het provinciale kentekensysteem is ingevoerd, draagt de auto van Reed het nummer N-1987.

Op 20 december 1895 maakte Nederland voor het eerst kennis met een automobiel: het was het rijtuig van de Tilburgse wolfabrikant Jos Bogaers. Mondjesmaat kwamen er meer gemotoriseerde voertuigen en overal waar ze verschenen, baarden ze veel opzien: paarden sloegen op hol, de melk van de koeien werd zuur en zwangere vrouwen vreesden voor het leven van hun ongeboren kind. Die reacties waren te vergelijken met wat er gebeurde bij de introductie van de stoomlocomotief. Angst voor het nieuwe. Om nu “te voorkomen dat het gewone verkeer door het gebruik van motorrijtuigen gevaar of overlast ondervindt” vaardigde de Minister van Waterstaat in 1898 een reglement uit. Automobilisten die zich begeven op de rijkswegen moeten in het bezit zijn van een vergunning, waaruit blijkt dat hun voertuig is voorzien van een rem, een helder licht gevende lantaarn en een duidelijk hoorbare bel of hoorn. De bestuurder dient zich te houden aan een maximum snelheid van 20 km per uur op rechte stukken, in bochten en langs huizen moet de vaart verminderd worden tot 8 km per uur. Bij overtreding kan de vergunning worden ingetrokken. Lees meerOntdek het thema

Reacties

Reacties laden…

De eerste automobilist van Raamsdonk