Terug naar overzichtOverzicht

De eerste automobilist van Princenhage

René Bastiaanse

10 maart 2016

Automobilisten voor 1906

C.J. Gerlings uit Princenhage krijgt op 14 september 1905 het rijkskenteken 1981 uitgereikt. Het gaat hier om Catharinus Johannes Gerlings (Utrecht 1875-Renkum 1949), die zonder beroep door het leven gaat.

Enige welstand zal aanwezig zijn geweest, hij trouwde in 1900 in Amsterdam met een meisje uit het prominente geslacht Van Gelder de Neufville, zijn oudere broer Johannes Catharinus was commissionair in effecten.

Het is onbekend in welk merk auto C.J. Gerlings reed. Na 1906 wordt geen Brabants kenteken aangevraagd, kennelijk woont Gerlings dan alweer buiten de provincie.

Op 20 december 1895 maakte Nederland voor het eerst kennis met een automobiel: het was het rijtuig van de Tilburgse wolfabrikant Jos Bogaers. Mondjesmaat kwamen er meer gemotoriseerde voertuigen en overal waar ze verschenen, baarden ze veel opzien: paarden sloegen op hol, de melk van de koeien werd zuur en zwangere vrouwen vreesden voor het leven van hun ongeboren kind. Die reacties waren te vergelijken met wat er gebeurde bij de introductie van de stoomlocomotief. Angst voor het nieuwe. Om nu “te voorkomen dat het gewone verkeer door het gebruik van motorrijtuigen gevaar of overlast ondervindt” vaardigde de Minister van Waterstaat in 1898 een reglement uit. Automobilisten die zich begeven op de rijkswegen moeten in het bezit zijn van een vergunning, waaruit blijkt dat hun voertuig is voorzien van een rem, een helder licht gevende lantaarn en een duidelijk hoorbare bel of hoorn. De bestuurder dient zich te houden aan een maximum snelheid van 20 km per uur op rechte stukken, in bochten en langs huizen moet de vaart verminderd worden tot 8 km per uur. Bij overtreding kan de vergunning worden ingetrokken. Lees meerOntdek het thema

Reacties

Reacties laden…

De eerste automobilist van Princenhage