Terug naar overzichtOverzicht
De eerste automobilist van Heeze

De eerste automobilist van Heeze

René Bastiaanse

25 mei 2016

Automobilisten voor 1906

Samuël John baron van Tuyll van Serooskerken was een echte autoliefhebber, voor 1906 hebben er maar liefst drie rijkskentekens op zijn naam gestaan. Een verzamelaar dus, getuige ook zijn vroege lidmaatschap (nr. 165) van de Nederlandsche Automobiel Club.

FN 3,5 PK Victoria. Foto: Collectie Louwman Museum

In 1901 erft hij het kasteel van Heeze en omringende landerijen. Het jaar daarop vraagt hij zijn eerste kenteken aan voor een 4 pk F.N., een auto van Belgische makelij met kenteken 769. Die zal er ongeveer hebben uitgezien als het exemplaar dat in automuseum Louwman in Den Haag wordt bewaard. Het kleine zitje achterop was voor de monteur die desgewenst kon meerijden en bij panne het vuile reparatiewerk van de bestuurder kon overnemen.

De FN met rijksnummer 769 (bron: www.conam.info)
De FN met rijksnummer 769 (bron: conam.info)

In 1903 schaft Samuël een grotere auto aan, een 12 pk Darracq, kenteken 1006. Op de foto zit de baron zelf achter het stuur. De oude F.N. wordt nauwelijks meer gebruikt en wordt daarom – samen met het kenteken 769 -verkocht aan de heer Kerssemakers in Gestel.

De Darracq met de baron aan het stuur (bron: conam.info)
De Darracq met de baron aan het stuur (bron: conam.info)

In 1905 koopt Samuël er weer een auto bij, helaas is het merk onbekend, maar de lengte is imposant: bijna vier meter! Het kenteken is 1780. In 1906 krijgen deze auto en de Darracq provinciale nummerborden: N-206 en N-207.

In 1910 komt daar nog kenteken N-926 bij. Illustratief voor de smaak van de baron in latere jaren is deze Studebaker met het kenteken N-206.

Studebaker
Studebaker
Op 20 december 1895 maakte Nederland voor het eerst kennis met een automobiel: het was het rijtuig van de Tilburgse wolfabrikant Jos Bogaers. Mondjesmaat kwamen er meer gemotoriseerde voertuigen en overal waar ze verschenen, baarden ze veel opzien: paarden sloegen op hol, de melk van de koeien werd zuur en zwangere vrouwen vreesden voor het leven van hun ongeboren kind. Die reacties waren te vergelijken met wat er gebeurde bij de introductie van de stoomlocomotief. Angst voor het nieuwe. Om nu “te voorkomen dat het gewone verkeer door het gebruik van motorrijtuigen gevaar of overlast ondervindt” vaardigde de Minister van Waterstaat in 1898 een reglement uit. Automobilisten die zich begeven op de rijkswegen moeten in het bezit zijn van een vergunning, waaruit blijkt dat hun voertuig is voorzien van een rem, een helder licht gevende lantaarn en een duidelijk hoorbare bel of hoorn. De bestuurder dient zich te houden aan een maximum snelheid van 20 km per uur op rechte stukken, in bochten en langs huizen moet de vaart verminderd worden tot 8 km per uur. Bij overtreding kan de vergunning worden ingetrokken. Lees meerOntdek het thema

Reacties

Reacties laden…