De opkomst van de christelijke bevolkingsgroep begin twintigste eeuw kreeg in 1903 zijn bevestiging door de benoeming van een burgemeester die duidelijk tot deze groep behoorde. Bovendien was hij ook nog een Werkendammer. We hebben het over de orthodoxe burgemeester Hendrik Gay.
Hij was iemand die duidelijk voor zijn christelijke overtuiging uitkwam. Zo steunde hij krachtig de kerkelijke lobby om de zondagsrust meer gerespecteerd te krijgen. Nadat in de raadsvergadering van januari 1905 ‘het nut werd erkend om het drankgebruik vooral op zondagen te beperken’, moesten de herbergen hun deuren op zondag voortaan sluiten.
Dat geen enkel raadslid tegenstemde, geeft de toenemende kerkelijke invloed aan. Enkele jaren later besloot de gemeenteraad zelfs dat er nergens in de Hoogstraat tussen de Hervormde Kerk en de Gereformeerde Kerk nog sterke drank verkocht mocht worden.
