In het 'Algemeen Handelsblad' van 7 oktober 1880 is een krantenverslag opgenomen van de brand in een herberg in Escharen, die het gehele pand in de as legde. Ik heb dat letterlijk overgenomen:
Op een afstand van ongeveer een kwartier uur van Grave staat, of liever stond een herberg, De Vegetas genaamd, waar de inwoners van Grave des Zomerzondagsmiddags, onder een grooten lindeboom, gewoon waren hun glas bier te komen gebruiken.
Gistermiddag om 4 uur brak plotseling een hevige brand uit in een aangrenzende schuur, waarin granen waren geborgen. In zeer korten tijd stonden stalling en woonhuis in lichterlaaie vlam. Niemand was thuis, behalve een dienstmeid en een knecht. De bewoners waren naar de kermis te Cuyk.
Aan blusschen viel niet te denken. De geheele voorraad hooi en granen, 5 varkens, benevens een groot gedeelte van den inboedel waren een prooi der vlammen. Inmiddels waren de spuiten van ’t garnizoen toegesneld, die op elkander werkende uit de Maas water wisten te bezorgen aan de spuit der gemeente Escharen. De gebouwen waren echter reeds een puinhoop.
Inboedel en gebouwen waren verzekerd. De oorzaak is onbekend, hoewel men die toeschrijft aan ’t broeien van hooi.
