Antoon (Cornelis Antonius Adrianus) van Domburg werd op 14 juni 1882 te Schijndel geboren als zoon van Judocus van Domburg (huisschilder) en Kristian Voets. Hij bezocht de Koninklijke School voor nuttige en beeldende kunsten te ’s-Hertogenbosch en behaalde daar, vooral in de jaren 1908, 1909 en 1911 opmerkelijke goede resultaten onder leiding van zijn leermeester Frans Slager.

Driemaal verwierf hij de Grote Koninklijke Medaille voor ‘Tekenen naar het leven’. Dat ook in het dorp aan deze onderscheiding grote waarde werd gehecht, bleek wel uit de muzikale hulde die harmonie Cecilia en Liederentafel De Dageraad destijds daarvoor aan Van Domburg brachten bij zijn ouderlijk huis.
Van de stad ’s-Hertogenbosch kreeg hij een studiebeurs om zich in Haarlem verder te bekwamen. Daar maakte hij in het Frans Halsmuseum kopieën van de schilderijen van deze beroemde 17e-eeuwer.
In de jaren twintig leidde hij een jonge plaatsgenoot, de kunstschilder Dorus van Oorschot op.

In zijn latere leven heeft Van Domburg veel geproduceerd. Hij genoot vooral bekendheid als portretschilder. Voor de gemeente Schijndel schilderde hij onder andere de burgemeesters Janssen en Manders, alsmede generaal Bussen. Daarnaast bezat Van Domburg een gevoelvol talent voor het maken van stillevens. De oorlog bracht hem een zware slag toe. In 1944 werd namelijk zijn woonhuis aan de Kloosterstraat verwoest, waarbij veel mooi werk van hem verloren ging. In 1953 kwam zijn nieuwe woning aan de oude Markt gereed. Helaas heeft hij daar maar kort kunnen wonen. Zijn gezondheid ging sterk achteruit en op 10 juli 1954 overleed hij in het ziekenhuis te Den Bosch. Bron: Bep van Lieshout, “Boerderijen bij de Eerschotse toren, in 1933 geschilderd door Antoon van Domburg”. In: Heemschild 35 (2001) p. 81-87.
Met dank aan Corine Molenaar, conservator van het Museum Jan Heestershuis voor het beschikbaar stellen van de foto's van de schilderijen.



