Terug naar overzichtOverzicht
Het publiek kwam in grote getale

Antoon Coolen in De Kersouwe

Waar ontmoeten natuur en cultuur elkaar beter dan in een theater dat midden in de bossen ligt? De Kersouwe in Heeswijk is daar een goed voorbeeld van. In de jaren vijftig van de vorige eeuw komt daar nog een derde element bij: literatuur. In die tijd schrijft Antoon Coolen namelijk specifiek voor dit theater.

Het publiek kwam in grote getale
Anton Coolen (Foto: ThuisinBrabant.nl)

Dat was niet helemaal toevallig uiteraard. Antoon Coolen kent Heeswijk van de tijd dat hij leerling is van het gymnasium Sint-Norbertus - van 1909 tot 1913. Maar enig toeval is wel nodig om beiden met elkaar in contact te brengen. Bij de Kersouwe valt het oog op het toneelspel Sint-Geerten Minne, van de hand van Coolen. Een gesprek met de schrijver volgt en het spel is daarna in de Kersouwe te zien. De inzet en toewijding van de spelers spreekt Coolen - die naar de voorstelling komt kijken - zozeer aan, dat hij besluit een stuk speciaal voor het natuurtheater te schrijven. De Zeven Rozen wordt eveneens een groot succes. Daarna heeft Antoon Coolen nog vijf stukken voor de Kersouwe geschreven. Volgens het boek 50 Jaar de Kersouwe in woord en beeld stelt Coolen er eer in dat te doen. “Het symbolische bedrag dat hij daarvoor ontving, werd aangevuld met de zorg die de Heeswijkse amateurspelers aan zijn werk besteedden. Antoon Coolen voelde zich in Heeswijk thuis en bracht ook zijn literaire vrienden als Stijn Streuvels, Anton van Duinkerken, Ben van Eysselsteyn graag mee naar de uitvoeringen.” Zo beschikt De Kersouwe in die jaren over een eigen toneelschrijver. Het zijn jaren die de boeken zijn ingegaan als succesjaren. Met name De Zeven Rozen (1951 en 1955) en Genoveva van Brabant zorgen voor grote bezoekersaantallen. “Toch blijkt uit vele recensies uit die jaren dat Coolens kwaliteiten als toneelschrijver in twijfel worden getrokken”, meldt het jubileumboek. “Men prijst vaak de schoonheid van de taal, maar heeft opmerkingen over de geringe actie, de traagheid van de scènes en het feit dat acteurs vaak moeten vertellen wat ze ook zouden kunnen laten zien.” De periode van Antoon Coolen in De Kersouwe wordt in 1958 afgesloten met het stuk Mars en Venus. “Weliswaar had de schrijver voor 1959 nog een stuk in zijn hoofd, maar door omstandigheden was dit niet op tijd klaar. Deze onderbreking van de Antoon Coolen-cyclus bleek later het einde van een succesvolle periode”, zo staat in het jubileumboek te lezen. 

Het Norbertuscollege (later Bernrode) was een kleinseminarie, een gymnasium voor jongens die pater wilden worden. Voor de klas stonden de paters Norbertijnen, ook wel 'witheren' genoemd naar de kleur van hun habijt. Hun opleiding stond hoog aangeschreven. Ouders stuurden hun kinderen daarvoor van heinde en verre naar de Abdij van Berne. Je ouders betaalden voor kost en inwoning en tijdens een van de schaarse vakanties kon je ze dan vertellen over je voortgang. Want al was je nog zo klein, de verwachtingen lagen torenhoog. Het internaat in Heeswijk was bovendien nog maar de eerste stap op van een lange weg naar het priesterambt en een verdere ‘carrière’ in de kloosterorde. Lees verderOntdek het thema

Reacties

Reacties laden…